Kinderangsten

De een is wat angstiger aangelegd dan de ander, maar alle kinderen zijn wel eens bang. Dat is soms lastig, maar angst is, net als pijn, ook heel nuttig. Angst waarschuwt je voor gevaar, niet te hoog op de glijbaan klimmen, uit de buurt blijven van een agressieve hond.

Kinderen maken elke dag veel dingen mee die ze nog niet begrijpen. Een bekende angst bij baby's is verlatingsangst: ze zien mama of papa weggaan, maar snappen nog niet dat hij of zij weer terugkomt. Iets oudere kinderen horen dat de ouders van een vriendje gaan scheiden, of zien op de televisie beelden van oorlog en zijn bang dat dat hun ook kan overkomen. Omdat kinderen nog niet alles van het leven begrijpen, zijn ze vaker angstig dan volwassenen.

Veel voorkomende angsten bij peuters en kleuters

Bij kinderen van anderhalf tot zes jaar komt een aantal verschillende soorten angsten voor.
  • Scheidingsangst, de angst om van de bekende verzorgers gescheiden te worden, is nog heel normaal op deze leeftijd
  • Angsten als gevolg van eigen fantasie. Hoe ouder je kleuter wordt, hoe meer fantasie een rol gaat spelen bij angsten. Denk daarbij aan angst voor:
    • poepen op de wc;
    • het donker;
    • harde geluiden;
    • monsters, grote dieren of juist insecten;
    • haren wassen, knippen, de kapper;
    • wondjes, botbreuken, ziekte;
    • etc...
  • Aan het einde van de kleutertijd worden kinderen gevoelig voor het oordeel van anderen, vooral van de ouders. En daar hoort bij de angst dat de ouder hem niet meer lief vindt, angst voor straf en ook angst voor andere kinderen.
  • Bij de oudere kleuter wordt de angst als gevolg van een levendige fantasie (monsters in het donker) steeds langzaam minder, de angst voor reële gebeurtenissen (brand in huis) wordt groter.

Veel voorkomende angsten bij schoolkinderen

  • Angsten voor reële gebeurtenissen: angst om een ongeluk te krijgen, angst dat de ouder iets overkomt.
  • Leeftijdsgenootjes krijgen steeds meer invloed met als mogelijk gevolg sociale angst: de angst dat anderen je niet leuk vinden.
  • Kinderen kunnen piekeren over dingen die ze hebben gehoord of gezien, zoals een inbraak in de buurt, een ongeluk op de televisie, berichten op de computer.
  • Angst voor de dood.
  • Faalangst. Bang om het bijvoorbeeld op school niet goed genoeg doen. De angst voor andere kinderen of de faalangst kunnen zó erg worden dat er een schoolfobie ontstaat: het kind is bang om naar school te gaan.

Hoe merk je dat je kind bang is?

Niet elk kind is daar even open in of kan een gevoel van angst goed verwoorden. Maar een ouder ziet vaak wel aan het kind dat er wat speelt. Tekenen van angst zijn:
  • het hebben van klamme handen
  • buikpijn
  • grote angstige ogen
  • huilen
  • dingen vermijden
  • voorzichtig of juist heel druk spelen.
  • veranderingen in eten of slapen
  • terugval in zindelijkheid, zoals opeens weer in bed plassen

Hoe kun je je bange kind helpen?

Angst hoort erbij, alle kinderen zijn tijdens hun ontwikkeling wel eens een tijdje ergens bang voor. Angst neemt pas af als het kind met de enge situatie durft om te gaan. De situatie uit de weg gaan doet de angst niet verminderen. Integendeel, het maakt de angst alleen maar erger. Als kinderen leren om hun angsten de baas te worden, dan hebben ze daar hun hele leven voordeel van. Hoe kun je je kind helpen?
  • Geef het goede voorbeeld: laat zien hoe je zelf omgaat met dingen of situaties waarvoor je eigenlijk bang bent.
  • Je kind moet jou kunnen vertrouwen: als jij zegt dat het goed is, dan is het ook echt goed en hoeft hij niet bang te zijn.
  • Geef je kind overdag de gelegenheid om te ontdekken hoe de dingen werken: laat hem zelf de kraan open en dicht doen, laat hem helpen met stofzuigen, laat hem de telefoon opnemen.
  • Zelfstandigheid. Stimuleer hem om zelfstandig dingen te doen die passen bij zijn leeftijd: zelf het zwembad bellen voor openingstijden, een boodschap doen.
  • Praat met je kind over wat hem zo bang maakt (zonder direct met oplossingen te komen).
  • Leg niet te veel nadruk op de angst.
  • Stimuleer je kind om de dingen die hij wil vermijden, toch te doen: ga samen het lieve hondje van de buren aaien. Doe er op dat moment luchtig over en besteed niet te veel aandacht aan de angst.
  • Bedenk tussenstappen. Probeer uw kind spelenderwijs steeds een stapje verder te laten gaan en houd vol wat goed gaat.
  • Wees zuinig met geruststelling geven ("je hoeft niet bang te zijn") maar vraag waar hij bang voor is.
  • Zet niet door bij paniek.
  • Gebruik humor en fantasie.
  • Lees (samen) boekjes over de angst van je kind of over angst in het algemeen, over kinderen met angsten en hoe ze ze overwinnen.
  • Enge situaties naspelen (doktertje spelen, met plastic insecten spelen).
  • Laat je kind kijken hoe andere kinderen reageren die niet bang zijn voor datgene waar je kind bang voor is.
  • Informatie en uitleg geven over datgene waar je kind bang voor is. Geef aan oudere kinderen uitleg over de lichamelijke dingen die horen bij angst (blozen, zweten).
  • Probeer samen leuke gedachten te bedenken, die het kind kan gebruiken als het bijvoorbeeld ligt te piekeren in bed.

Wat NIET te doen

  • Situaties waar je kind bang voor is vermijden.
  • Je kind overladen met geruststellingen, hij krijgt dan de indruk dat er echt iets aan de hand is. Beter is het om de leiding te nemen en gewoon verder te gaan, alsof er niets aan de hand is. Bij paniek NIET doorzetten.
  • Je kind dwingen het angstige toch te doen.
  • Zeggen dat hij zich niet moet aanstellen.
  • Doen alsof je zelf nooit bang bent.

Trefwoorden:
angst bij kinderen   baby ontwikkeling   draagdoek   ontwikkeling kind   borstvoedingtips   doorkomende tandjes   wat zegt mijn baby   melkgebit wisselen   ochtendspits   slaan en afpakken   helpen in huis   echtscheiding   positief opvoeden   lichaamstaal   hoogbegaafd   herbruikbare luiers   luieruitslag   ontwikkeling tastzintuig