LICHAAMSTAAL OP SCHOOL
Les geven zonder woorden
Op school leer je niet alleen rekenen, taal, geschiedenis en aardrijkskunde. In het onderwijs wordt een belangrijke basis gelegd voor de sociale interacties die kinderen in hun latere leven aangaan. Lichaamstaal heeft een belangrijke plaats in het lesaanbod binnen het onderwijs ook al wordt dit niet expliciet als vak benoemd.
Al in de eerste jaren van het onderwijs op de basisschool leren kinderen hoe ze behalve met woorden ook non-verbaal op een effectieve manier communiceren. Want het is juist deze woordenloze taal die bepalend is voor de sociale interacties die plaatsvinden. Feiten en kennis kun je het gemakkelijkst in woorden uitdrukken, maar als het er om gaat hoe je met elkaar overweg kunt, blijkt dat eerder uit je manier van doen.
Wie ben ik en wie ben jij?
Al op jonge leeftijd houden kinderen zich bezig met betrekkingsvraagstukken. Daarbij gaat het om zaken als sympathie (wie vind ik aardig?), erkenning (hoor ik er wel bij?), waardering (doe ik het wel goed?), aandacht (word ik wel gezien en gehoord?) en macht (wie is de baas?). Kinderen zijn daar met elkaar voortdurend mee bezig. Zelfs kleuters doen dat al: "Nee, jij mag niet naast me zitten, ik vind jou niet lief!", "Wil jij met mij spelen?". De vraag of je er wel of niet bij hoort blijft ook in het latere onderwijs centraal staan. In de hogere klassen van het basisonderwijs en in de eerste klassen van het middelbaar onderwijs zijn kinderen nog steeds op zoek naar hun identiteit: Wie ben ik, hoe zien anderen mij en welke plek heb ik in de groep?
Een kenmerkend voorbeeld zie je bij een groepje kinderen dat met elkaar in een cirkel op het speelplein van de school staat te praten. Meestal is dit een gesloten cirkel met kinderen die 'erbij horen'. Vaak staan er nog een paar kinderen half achter. Zij willen erbij horen, maar worden niet toegelaten tot de centrale cirkel. Je zult zien dat het steeds dezelfde kinderen zijn die deze positie innemen. Bij de interacties die tussen kinderen plaatsvinden is het belangrijk er op te letten wie zich tot wie richt en wat de sfeer daarbij is. Heb je daarbij het gevoel dat er een ontspannen uitwisseling plaatsvindt of dat de onderlinge verhoudingen vastgesteld worden?
Wie steekt zijn vinger op?
Leerkrachten moeten zich voortdurend bewust zijn van de sociale interacties die tussen kinderen plaatsvinden. Deze uiten zich vooral door non-verbaal gedrag. Wat betekent het bijvoorbeeld als een kind zijn vinger opsteekt in de groep? Een voor de hand liggend antwoord is dat hij een vraag wil stellen, een oplossing weet of dat hij gewoon iets wil zeggen. Zo is dat immers afgesproken. Maar bij het opsteken van de vingers kijken kinderen ook naar elkaar. Ook dit gedrag is dus sociaal bepaald. Als iedereen zijn vinger opsteekt, kun je niet achterblijven, ook al weet je het antwoord op een vraag niet. Bij een kind dat altijd zijn vinger opsteekt en zo wil laten blijken dat hij het goed weet, kun je je tegelijkertijd afvragen wat zijn positie is in de groep. Waarom heeft hij de aandacht van de leerkracht blijkbaar zo hard nodig?
De positie van de leerkracht
Er zijn verschillende manieren waarop leerkrachten zich bezig houden met non-verbale communicatie. Ze moeten lichaamstaal van kinderen kunnen waarnemen, interpreteren en daar adequaat op reageren. Zo krijgen ze een beeld van de verhoudingen die bestaan tussen de kinderen. Daarnaast moeten ze ook letten op hun eigen lichaamshouding en presentatie. Deze is bepalend voor de manier waarop ze de kinderen benaderen. Het is goed om als leerkracht je eigen stijl te ontdekken. Ben je formeel of losjes in het contact met kinderen. De manier waarop kinderen jou tegemoet treden wordt daardoor bepaald. Hoe verdeel je de aandacht over de kinderen en hoe behoud je het overzicht?
De plaats van de leraar is essentieel voor het verkrijgen van zoveel mogelijk informatie en het behouden van overzicht. En die plaats is niet alleen in het leslokaal! Als het pauze is tussen de lesuren en de kinderen buiten spelen, gaan de meeste docenten aan de koffie. Bij toerbeurt staan ze buiten om de orde te bewaren. Besef dat je op dat moment veel meer doet dan alleen de orde bewaren. De speelplaats is de uitgelezen plek waar je de verhoudingen tussen de kinderen kunt waarnemen.
In het klaslokaal dient de leerkracht zich ook bewust te zijn van de plaats die hij kiest en de ruimte die hij inneemt. Kan hij iedereen evengoed in de gaten houden? Welke afstand houdt hij aan? Varieert hij in plaats en afstand? Dit laatste is sterk afhankelijk van de context (waar zijn de kinderen mee bezig?) en de groep. In deze zin is het ook nuttig om erop te letten waar de kinderen zelf gaan zitten ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de leerkracht.
De plaats in het klaslokaal
Kinderen kiezen bewust hun plek. In het begin van het schooljaar worden de plaatsen bepaald en daarna zoekt ieder kind telkens weer zijn eigen 'plekje'. Het hebben van een eigen plaats is iets van onze menselijke aard. Als er een nieuweling in de groep komt vindt de stoelendans opnieuw plaats. De kans is groot dat deze nieuweling een plekje krijgt dat overblijft. Heeft hij zijn positie in de groep eenmaal bepaald, dan kan het zijn dat hij voor zichzelf een nieuwe plek opeist. De plaatsen die kinderen kiezen, hebben te maken met hun voorkeuren voor elkaar en de machtspositie ten opzichte van elkaar. Het is logisch dat een kind het liefst een plek kiest waar hij zich het meest op zijn gemak voelt en naast iemand die hij het meest mag.
Maar de plek die een kind kiest wordt ook bepaald door de verhouding met de docent. Expressieve kinderen zoeken letterlijk en figuurlijk hun plek op de voorgrond. Angstige kinderen zullen wegkruipen voor datgene waar ze bang voor zijn. Hebben ze angst voor hun klasgenootjes, dan willen ze zich het liefts aan je juf of meester vastklampen. Maar als ze juist onzekerheid voor de docent hebben, zoeken ze een plek waar ze niet gemakkelijk gezien worden. Je zou verwachten dat deze kinderen achteraan gaan zitten, maar vaak zitten ze aan de zijkant in de dode hoek van de docent.
Bron: www.lichaamstaal.nl / Frank van Marwijk.Trefwoorden:
angst bij
kinderen
baby ontwikkeling
draagdoek
ontwikkeling
kind
borstvoedingtips
doorkomende
tandjes
wat zegt mijn baby
melkgebit
wisselen ochtendspits
slaan en
afpakken helpen
in huis echtscheiding
positief
opvoeden
lichaamstaal
hoogbegaafd
herbruikbare
luiers
luieruitslag
ontwikkeling
tastzintuig
